In de Wet fido zijn drie normen bepaald, te weten twee normen voor renterisico's en een norm voor het Schatkistbankieren.
Renterisico's
In de Wet fido gelden de volgende twee renterisico's:
1) Het renterisico van de vlottende (kortlopende) schuld.
Om dit risico te beheersen is in de Wet fido een norm gesteld voor het maximum bedrag waarop de gemeente haar financiële bedrijfsvoering met kortlopende middelen (looptijd < 1 jaar) mag financieren: de kasgeldlimiet. Hiermee wordt voorkomen dat de fluctuatie van de korte rente een te grote invloed heeft op het niveau van de rentelasten in het begrotingsjaar. Deze limiet staat vastgesteld op 8,5% van het begrotingstotaal aan lasten voor bestemming van het betreffende jaar. Dit begrotingstotaal bedraagt voor 2026 € 404,3 miljoen. De kasgeldlimiet komt daarmee voor 2026 uit op € 34,4 miljoen. In de begroting gaan we uit van een gemiddeld niveau van kasgeldleningen van € 20 miljoen.
2) Het renterisico van de langlopende schuld.
Dit renterisico is gedefinieerd als de som van aflossingen en renteherzieningen binnen de langlopende leningenportefeuille. Om het daaruit voortvloeiende risico te beheersen is in de Wet fido een norm gesteld om die renteherzieningen en aflossingen goed in de tijd te spreiden: de renterisiconorm. Het doel daarvan is het voorkomen van een overmatige afhankelijkheid van het renteniveau in één bepaald jaar. Een dergelijke spreiding voorkomt dat een onverwachte wijziging van de kapitaalmarktrente direct leidt tot grote schommelingen in de gemeentelijke jaarlijkse rentelasten. De renterisiconorm is vastgesteld op 20% van bovengenoemd begrotingstotaal en komt daarmee voor 2026 uit op € 80,9 miljoen. Dit kengetal heeft derhalve geen betekenis voor de omvang van de gemeentelijke schuldpositie, maar geeft in het geval van Westland aan dat plotselinge renteschommelingen op de kapitaalmarkt niet te snel doorwerken in onze rentelasten. In onderstaande tabel is het renterisico voor de komende jaren in beeld gebracht. Uit de tabel blijkt dat de gemeente binnen de renterisiconorm opereert.
(bedragen x € 1.000)
| Ontwikkeling renterisico | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 |
|---|---|---|---|---|
|
Begrotingstotaal aan lasten voor bestemming |
405,0 |
409,1 |
425,9 |
435,7 |
|
Percentage renterisiconorm |
20% |
20% |
20% |
20% |
|
Renterisiconorm |
81,0 |
81,8 |
85,2 |
87,1 |
|
Renterisico op vaste schuld |
60,7 |
41,5 |
40,6 |
33,2 |
|
Ruimte (+) / Overschrijding (-) |
+20,3 |
+40,3 |
+44,6 |
+53,9 |
Schatkistbankieren
In de Wet fido is een bepaling opgenomen over het verplicht schatkistbankieren voor decentrale overheden. Reden voor de invoering van het verplicht schatkistbankieren is het beheersen van de overheidsschuld en het reduceren van het kredietrisico voor decentrale overheden. Op grond van de Regeling Schatkistbankieren dienen decentrale overheden eventuele overtollige geldmiddelen in ’s Rijks Schatkist aan te houden. Dit betreft geldmiddelen die wel op de gemeentelijke bankrekening staan, maar tijdelijk niet nodig zijn voor de uitoefening van de publieke taken en verantwoordelijkheden.
Decentrale overheden hoeven niet elke Euro die zij als zodanig op haar bankrekening heeft staan naar de Schatkist over te boeken. Daartoe is een drempelbedrag bepaald. Dit drempelbedrag bedraagt 2,0% van het begrotingstotaal van € 405,0 miljoen. Voor 2026 houdt dit in dat er gemiddeld op dagbasis maximaal een saldo van € 8,1 miljoen buiten schatkistbankieren mag worden aangehouden. Wij hebben ervoor gekozen dat onze huisbankier BNG Bank het saldo boven de € 0,5 miljoen automatisch afroomt. Over tegoedsaldi op onze rekening bij de Schatkist ontvangen wij de door het Ministerie van Financiën vastgestelde rentevergoeding.