| Begrip | Toelichting |
|---|---|
|
Aandelenkapitaal |
Waarde van aandelen in een BV of NV waarin de gemeente deelneemt. |
|
Accres |
De jaarlijkse groei (of krimp) van het Gemeentefonds, gebaseerd op de ontwikkeling van de rijksuitgaven. |
|
Accresontwikkeling |
De mate waarin het accres in de tijd stijgt of daalt. Heeft directe gevolgen voor de hoogte van de algemene uitkering. |
|
Actieve grondpolitiek |
Situatie waarin de gemeente zelf gronden aankoopt, ontwikkelt en verkoopt met als doel sturing op ruimtelijke ontwikkelingen. |
|
Activering van kosten |
Het opnemen van bepaalde kosten als investering op de balans, zodat deze worden afgeschreven in plaats van direct ten laste van het resultaat gebracht. |
|
Actualisatie |
Het bijstellen van begrotingscijfers of ramingen op basis van de nieuwste inzichten of beleidsontwikkelingen, bijvoorbeeld bij een halfjaarlijkse rapportage. |
|
Aflossingsverplichtingen |
Het deel van de langlopende leningen dat de gemeente in een begrotingsjaar moet aflossen. |
|
Afschrijvingen |
Jaarlijkse waardevermindering van kapitaalgoederen die wordt geboekt als last in de exploitatie. |
|
Afvalstoffenheffing |
Heffing waarmee de gemeente de kosten van huishoudelijke afvalinzameling en -verwerking dekt. |
|
Algemene reserve |
Vrij besteedbare reserve van de gemeente, bedoeld als buffer voor financiële tegenvallers. |
|
Algemene uitkering |
Uitkering uit het Gemeentefonds, vrij te besteden door de gemeente, binnen wet- en regelgeving. |
|
Balanspositie |
De vermogenspositie van de gemeente zoals weergegeven op de balans, bestaande uit activa en passiva. |
|
BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) |
Wettelijk kader dat regels stelt aan de inhoud, structuur en verantwoording van gemeentelijke begrotingen en jaarrekeningen. |
|
Begroting |
Een jaarlijkse raming van de inkomsten en uitgaven van een gemeente. De gemeenteraad stelt deze vóór het begin van het nieuwe jaar vast. De begroting geeft beleidsprioriteiten weer en moet voldoen aan de eisen van het BBV. |
|
Begrotingswijziging |
Aanpassing van de vastgestelde begroting gedurende het jaar, bijvoorbeeld bij nieuw beleid of mee- en tegenvallers. |
|
Beleidsdoelstellingen |
De inhoudelijke doelen die de gemeente met haar beleid wil bereiken, vaak gekoppeld aan programma’s in de begroting. |
|
Beleidsmatige reserve |
Een reserve met een specifieke beleidsdoelstelling, bijvoorbeeld voor duurzaamheid of armoedebestrijding. |
|
Bestemmingsreserves |
Reserves met een specifieke bestemming die door de raad is vastgesteld. Tegenhanger van de algemene reserve. |
|
Bezuinigingen |
Structurele verlaging van gemeentelijke uitgaven om financiële tekorten op te vangen of ruimte te creëren. |
|
Boekwaarde |
De waarde waarvoor een investering of actief op de balans staat, meestal de aanschafwaarde minus afschrijvingen. |
|
Borgstellingen |
Financiële garanties die de gemeente afgeeft voor derden, bijvoorbeeld woningcorporaties. |
|
Btw-compensatiefonds |
Fonds van het Rijk waarmee gemeenten de betaalde btw over niet-belastbare activiteiten kunnen compenseren. |
|
Budgetrecht |
Het recht van de gemeenteraad om de begroting vast te stellen, te wijzigen en te controleren. |
|
Dekking |
De financieringsbron voor uitgaven, bijvoorbeeld via eigen middelen, externe bijdragen of opbrengsten. |
|
Dekkingsplan |
Plan waarmee wordt aangegeven hoe een nieuw beleidsvoornemen of investering wordt bekostigd. |
|
Dekkingsvoorstellen |
Voorstellen voor hoe nieuwe uitgaven kunnen worden betaald, bijvoorbeeld via herprioritering of onttrekking uit reserves. |
|
Dividend |
Uitkering van winst aan aandeelhouders, zoals de gemeente in een deelneming. |
|
Doelmatigheid |
Mate waarin met zo min mogelijk middelen een bepaald resultaat wordt bereikt. |
|
Dotatie |
Toevoeging van middelen aan een reserve of voorziening. |
|
Egalisatievoorziening |
Voorziening bedoeld om schommelingen in lasten of baten over meerdere jaren te dempen, bijvoorbeeld bij onderhoudskosten. |
|
Eigen vermogen |
Het deel van de vermogenspositie dat niet geleend is; opgebouwd uit reserves en resultaten. |
|
EMU-saldo |
Verschil tussen inkomsten en uitgaven van een gemeente op transactiebasis volgens Europese normen. |
|
EMU-tekort |
Het verschil tussen inkomsten en uitgaven van de gemeente volgens het Europees Stelsel van Rekeningen (ESR). Beïnvloedt het landelijke EMU-saldo. |
|
Exploitatie |
De reguliere, jaarlijkse bedrijfsvoering van de gemeente, bestaande uit terugkerende inkomsten en uitgaven (zoals salarissen, onderhoud, subsidies). |
|
Faciliterend grondbeleid |
Beleid waarbij de gemeente niet zelf ontwikkelt, maar ontwikkelingen van derden faciliteert via bijvoorbeeld bestemmingsplannen. |
|
Financieel Meerjarenperspectief (FMP) |
Een overzicht van de financiële positie van de gemeente over meerdere jaren, waarin wordt doorgerekend wat het structurele effect is van beleidsvoornemens en externe ontwikkelingen. |
|
Financiële kengetallen |
Kengetallen die inzicht geven in de financiële gezondheid van de gemeente. |
|
Financiële vaste activa |
Deelnemingen of verstrekte leningen aan verbonden partijen of andere instellingen, bedoeld voor langere termijn. |
|
Financieringsbehoefte |
Het bedrag dat de gemeente extern moet aantrekken (lenen) om uitgaven te dekken die niet met eigen middelen gefinancierd kunnen worden. |
|
Financieringsparagraaf |
Verplicht onderdeel van de begroting waarin het financieringsbeleid van de gemeente wordt toegelicht, inclusief risico’s en kasbeheer. |
|
Financieringspositie |
De verhouding tussen beschikbare middelen en verplichtingen. Geeft aan of de gemeente tekortkomt of juist overliquiditeit heeft. |
|
Garanties |
Breder begrip dan borgstellingen; omvat alle vormen van risicodragende toezeggingen van de gemeente. |
|
Gebiedsontwikkeling |
Het geheel van ruimtelijke, financiële en maatschappelijke processen bij herstructurering of uitbreiding van een gebied. |
|
Gecorrigeerde netto schuldquote |
Financieel kengetal dat de gemeentelijke schuldpositie weergeeft, waarbij wordt gecorrigeerd voor verstrekte leningen. Het laat zien in hoeverre de schuld is toe te rekenen aan uitgaven waarvoor de gemeente een vordering heeft uitstaan (zoals leningen aan verbonden partijen), en geeft zo een realistischer beeld van de netto schuldenlast. |
|
Grondbeleid |
Het beleid van de gemeente rond verwerving, ontwikkeling en uitgifte van grond. |
|
Grondexploitatie |
Een financieel-inhoudelijke planning van een gebiedsontwikkeling, waarin kosten en opbrengsten van grondverwerving, bouw- en woonrijp maken, openbare ruimte en eventuele verkoop van gronden zijn opgenomen. |
|
Grondexploitatieratio |
Verhouding tussen de boekwaarde van de grond en de totale geraamde baten in een grondexploitatie. |
|
Grondprijzenbrief |
Document waarin uitgangspunten en tarieven voor de grondprijzen in een gemeente voor een jaar worden vastgelegd. |
|
Heffingsgrondslag |
De basis waarover een belasting of heffing wordt berekend, zoals de WOZ-waarde bij de OZB. |
|
Herfinanciering |
Het vervangen van een bestaande lening door een nieuwe lening, vaak om rentelasten of looptijd te optimaliseren. |
|
Immateriële vaste activa |
Niet-tastbare investeringen zoals onderzoekskosten of kosten van verworven software. |
|
Incidenteel |
Een financiële post of ontwikkeling die eenmalig of tijdelijk is. Incidentele inkomsten of uitgaven beïnvloeden de begroting slechts gedurende een beperkt aantal jaren. |
|
Indexering |
Aanpassing van bedragen (zoals tarieven of budgetten) aan de inflatie of prijsontwikkeling. |
|
Investeringsbedrag |
Het geraamde of werkelijke bedrag dat met een bepaalde investering gemoeid is. |
|
Investeringsbudget |
Het bedrag dat is gereserveerd of beschikbaar gesteld voor een specifieke investering. |
|
Investeringsplan |
Overzicht van toekomstige investeringsprojecten inclusief doel, looptijd en dekking. |
|
Investeringsplanning |
Een overzicht van voorgenomen investeringen (zoals bouwprojecten) inclusief tijdspad, geraamde kosten en dekking. Maakt deel uit van het Meerjaren Investeringsplan (MIP). |
|
Investeringsproject |
Een project waarvoor aanzienlijke kapitaaluitgaven worden gedaan, met als doel een blijvend actief te realiseren. |
|
Investeringsruimte |
De mate waarin de gemeente financiële ruimte heeft om nieuwe investeringen te doen, zonder de financiële kaders te overschrijden. |
|
Investeringsvoorstel |
Een raadsvoorstel of collegebesluit waarin goedkeuring wordt gevraagd voor een specifieke investering. |
|
Jaarrekening |
Verplichte financiële verantwoording over het voorgaande boekjaar, met realisatiecijfers en toelichtingen. |
|
Kapitaallasten |
Kosten die samenhangen met investeringen in kapitaalgoederen: afschrijvingen en rentelasten. Deze drukken jaarlijks op de exploitatiebegroting. |
|
Kapitaaluitgaven |
Uitgaven voor de aanschaf of verbetering van duurzame activa zoals gebouwen, wegen en riolering. Deze uitgaven worden geactiveerd en afgeschreven over meerdere jaren. |
|
Kasbeheer |
Het dagelijks beheer van ontvangsten en uitgaven van de gemeente, gericht op optimale liquiditeit. |
|
Kasgeldlimiet |
Wettelijk maximum voor het bedrag dat een gemeente aan kortlopende leningen mag uitzetten, bedoeld om renterisico’s te beperken. |
|
Kasstroom |
De instroom en uitstroom van liquide middelen (geld) binnen een bepaalde periode. Geeft inzicht in de betaalcapaciteit van de gemeente. |
|
Kortlopende geldleningen |
Leningen met een looptijd van maximaal één jaar, gebruikt voor het overbruggen van tijdelijke tekorten in liquiditeit. |
|
Kostendekkendheid |
De mate waarin de opbrengsten uit tarieven of heffingen voldoende zijn om de bijbehorende kosten te dekken. |
|
Kostenverhaal |
Het doorberekenen van kosten aan projectontwikkelaars bij gebiedsontwikkeling, zoals via grondverkoop of leges. |
|
Langlopende geldleningen |
Leningen met een looptijd van langer dan één jaar, vaak aangegaan voor investeringen in kapitaalgoederen. |
|
Leges |
Vergoeding die de gemeente vraagt voor een verleende dienst, zoals het verstrekken van een paspoort of vergunning. |
|
Leningenportefeuille |
Het totaal aan leningen die de gemeente is aangegaan, inclusief rentevoorwaarden, looptijd en aflossingsschema’s. |
|
Liquiditeitenbeheer |
Het sturen op de beschikbaarheid van voldoende betaalmiddelen op korte en lange termijn. |
|
Lokale heffingen |
Belastingen waarmee gemeenten kosten van specifieke diensten dekken, zoals afval- of rioolheffing. |
|
Loon- en prijsontwikkeling |
Stijging van lonen en prijzen waar gemeenten mee te maken krijgen. Heeft invloed op de inflatiecorrectie van begrotingen. |
|
Macro Economisch Verkenning (MEV) |
Jaarlijkse publicatie van het CPB waarin economische verwachtingen worden gepresenteerd. Wordt gebruikt als basis voor o.a. het accres. |
|
Materiële vaste activa |
Tastbare vaste activa zoals gebouwen, riolering, voertuigen en installaties. |
|
Meerjarenbegroting |
Een begroting die niet alleen het komende jaar beslaat, maar ook de drie daaropvolgende jaren. Zo wordt het financieel beleid in samenhang en met een langere horizon gepresenteerd. |
|
Meerjarenonderhoudsplan (MJOP) |
Langjarig overzicht van onderhoudskosten en -activiteiten voor gemeentelijke gebouwen en kapitaalgoederen. |
|
Meerjarenraming |
Een inschatting van toekomstige baten en lasten voor meerdere jaren, die als basis dient voor beleidskeuzes. De meerjarenraming maakt financiële ontwikkelingen en risico’s zichtbaar. |
|
Meicirculaire |
Jaarlijkse brief van het Rijk aan gemeenten in mei, waarin definitieve uit het Gemeentefonds worden bekendgemaakt. |
|
MIP (Meerjaren InvesteringsPlan) |
Meerjarenoverzicht van geplande investeringen inclusief begrotingsruimte en fasering. |
|
MPG (Meerjarenperspectief Grondexploitaties) |
Jaarlijks document waarin alle lopende grondexploitaties financieel worden doorgelicht en gepresenteerd. |
|
Netto schuldquote |
Verhouding tussen gemeentelijke schuld en inkomsten. |
|
Onderuitputting |
Situatie waarin begrote investeringen of uitgaven niet volledig worden gerealiseerd binnen het begrotingsjaar. |
|
Onttrekking |
Opname van middelen uit een reserve of voorziening ter dekking van lasten. |
|
Onvoorziene uitgaven |
Een post in de begroting bedoeld voor niet vooraf in te schatten of incidentele uitgaven. |
|
OZB (onroerendezaakbelasting) |
Gemeentelijke belasting op bezit of gebruik van onroerende zaken, zoals woningen en bedrijfspanden. |
|
OZB-tarieven |
De door de gemeenteraad vastgestelde percentages waarmee de OZB wordt geheven over de WOZ-waarde. |
|
Paragraaf bedrijfsvoering |
Overzicht van de organisatieontwikkeling, personeel, digitalisering en andere interne aspecten van gemeentelijk functioneren. |
|
Paragraaf financiering |
Verplicht onderdeel waarin het financieringsbeleid, kasbeheer en renterisico’s worden toegelicht. |
|
Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen |
Toelichting op het beleid en de kosten voor het onderhouden van wegen, groen, gebouwen en andere kapitaalgoederen. |
|
Paragraaf verbonden partijen |
Toelichting op de aard, risico’s en belangen in verbonden partijen waarin de gemeente participeert. |
|
Paragraaf weerstandsvermogen |
Geeft inzicht in de risico’s en het vermogen van de gemeente om financiële tegenvallers op te vangen. |
|
Prestatieafspraken |
Afspraken tussen gemeente en derden (zoals woningcorporaties) over te leveren prestaties gekoppeld aan financiering. |
|
Prestatie-indicatoren |
Indicatoren die inzicht geven in de prestaties van gemeentelijke activiteiten, zoals aantallen, kwaliteit of doorlooptijd. |
|
Prognose |
Een actuele inschatting van het verwachte financieel resultaat voor het lopende jaar. |
|
Programmabegroting |
Begroting die is opgebouwd uit programma’s waarin beleidsdoelen, prestaties en financiële middelen worden gekoppeld. |
|
Programmalijn |
Een beleidsmatig samenhangend onderdeel binnen een programma, waarmee specifieke doelen of thema’s worden geclusterd. |
|
Projectfinanciering |
Specifieke financieringsstructuur voor een project, waarbij vaak externe partners en tijdelijke leningen worden betrokken. |
|
Projectkosten |
Alle kosten die rechtstreeks toe te rekenen zijn aan de uitvoering van een project, inclusief voorbereiding, toezicht en uitvoering. |
|
Raadsinformatiebrief |
Een formele brief van het college aan de gemeenteraad waarin beleidsinhoudelijke of financiële informatie wordt verstrekt, zonder dat direct een besluit wordt gevraagd. |
|
Raadsvoorstel |
Een voorstel van het college aan de gemeenteraad om een besluit te nemen, bijvoorbeeld over een investering of beleidskeuze. |
|
Raming |
Een geschatte opgave van kosten of opbrengsten, veelal gebaseerd op aannames of ervaringscijfers. |
|
Realisatiecijfers |
Werkelijk gerealiseerde baten en lasten over een periode, vergeleken met de begroting. |
|
Rechtmatigheid |
De mate waarin bestedingen conform wettelijke en beleidsmatige kaders zijn gedaan. |
|
Rekeningcourantpositie |
De balanspost waarop tijdelijke schulden of vorderingen van verbonden partijen aan of op de gemeente worden geboekt. |
|
Rekeningresultaat |
Het werkelijke saldo van baten en lasten over een afgesloten boekjaar. Wordt gepresenteerd in de jaarrekening. |
|
Rekenkamercommissie |
Onafhankelijk orgaan dat onderzoek doet naar de doeltreffendheid, doelmatigheid en rechtmatigheid van gemeentelijk beleid. |
|
Rekenrente |
Rentepercentage dat wordt toegepast bij het toerekenen van rentekosten aan investeringen of voorzieningen. |
|
Renteontwikkeling |
De veranderingen in rentetarieven op de financiële markten, van belang voor de kosten van gemeentelijke leningen. |
|
Rentepercentage |
Het tarief waartegen rente wordt berekend op leningen of beleggingen. Belangrijk bij kapitaallasten en treasury. |
|
Renteresultaat |
Het verschil tussen de werkelijk ontvangen en betaalde rente en de geraamde rente. Geeft inzicht in het rendement van het treasurybeleid. |
|
Renterisico |
Het risico dat de rentelasten stijgen bij het aangaan of herfinancieren van leningen, waardoor de exploitatie onder druk kan komen te staan. |
|
Renterisiconorm |
Norm die aangeeft hoeveel van de bestaande leningen in enig jaar mogen worden herfinancierd, om risico’s bij renteveranderingen te beperken. |
|
Reservepositie |
Het totaal van alle beschikbare reserves, geeft aan hoeveel financiële ruimte er is voor tegenvallers of investeringen. |
|
Reserves |
Eigen vermogen van de gemeente dat apart is gezet voor algemene of specifieke doelen. |
|
Resultaat na bestemming |
Het begrotingsresultaat nadat alle mutaties in de reserves zijn verwerkt. Dit is het uiteindelijke financiële resultaat. |
|
Resultaat voor bestemming |
Het saldo van baten en lasten vóór dat er geld wordt toegevoegd aan of onttrokken uit reserves. |
|
Rioolheffing |
Heffing die wordt gebruikt om de kosten van inzameling en verwerking van afvalwater te dekken. |
|
Risicoanalyse |
Het proces van het identificeren, beoordelen en kwantificeren van risico’s. |
|
Risicobeheersing |
Het geheel aan maatregelen en processen om financiële risico’s tijdig te signaleren en te beheersen. |
|
Risicoparagraaf |
Onderdeel van de begroting waarin risico’s en hun mogelijke financiële impact worden beschreven. |
|
Risicoregister |
Een actueel overzicht van alle bekende risico’s, met inschatting van kans en impact. |
|
Saldo van baten en lasten |
Het verschil tussen alle inkomsten (baten) en uitgaven (lasten) in de begroting of jaarrekening. |
|
Schatkistbankieren |
Verplichting voor decentrale overheden om overtollige liquide middelen aan te houden bij het Rijk via de schatkist, in plaats van bij commerciële banken. |
|
Schuldpositie |
De totale omvang van de uitstaande leningen van de gemeente. Belangrijk voor het bepalen van de financiële ruimte en risico’s. |
|
Septembercirculaire |
Tweede jaarlijkse bijstelling van het Gemeentefonds, op basis van het rijksbegrotingsbeleid zoals gepresenteerd op Prinsjesdag. |
|
Solvabiliteitsratio |
Verhouding tussen eigen vermogen en balanstotaal. Maatstaf voor financiële draagkracht. |
|
Specifieke uitkering |
Rijkssubsidie met een verplicht bestedingsdoel. Moet doelgericht verantwoord worden. |
|
Storting |
Toevoeging van middelen aan een reserve of voorziening. Wordt vaak gedaan om toekomstige verplichtingen af te dekken. |
|
Structureel |
Een financiële post of ontwikkeling die jaarlijks terugkeert of een permanent karakter heeft. Structurele baten moeten structurele lasten dekken voor een gezonde begroting. |
|
Structurele exploitatieruimte |
Mate waarin structurele baten structurele lasten dekken. Geeft structurele financiële ruimte aan. |
|
Subsidiekader |
Beleidsmatig en financieel kader waarin regels, voorwaarden en criteria voor het verstrekken van subsidies zijn vastgelegd. |
|
Subsidieplafond |
Maximumbedrag dat beschikbaar is voor het verstrekken van subsidies binnen een bepaalde regeling of periode. |
|
Subsidies |
Financiële bijdragen van de gemeente aan instellingen, organisaties of burgers om bepaald beleid te stimuleren of realiseren. |
|
Taakvelden |
Standaardindeling in het BBV voor gemeentelijke activiteiten, die gebruikt wordt voor beleids- en financiële verantwoording. |
|
Tarievenstructuur |
De wijze waarop tarieven zijn opgebouwd en gedifferentieerd (bijv. vast tarief + variabel deel). |
|
TMPG (Tussentijds MPG) |
Een tussentijdse actualisatie van het MPG, vaak halverwege het jaar opgesteld. |
|
Treasuryfunctie |
De taak van de gemeente om financiële middelen te beheren, waaronder leningen, beleggingen en kasstromen. |
|
Treasuryparagraaf |
Verplicht onderdeel van de begroting waarin het beleid en beheer van financiering, beleggingen en risico’s worden beschreven. |
|
Uitzettingen |
Financiële middelen die de gemeente tijdelijk heeft belegd of uitgeleend, bijvoorbeeld aan andere overheden of instellingen. |
|
Vaste activa |
Bezittingen die langer dan één jaar in de organisatie aanwezig blijven, zoals gebouwen, wegen of software. |
|
Vastgestelde begroting |
De definitief door de gemeenteraad vastgestelde versie van de begroting voor het komende jaar. |
|
Verbonden partijen |
Organisaties waarin de gemeente een bestuurlijk en/of financieel belang heeft, zoals gemeenschappelijke regelingen of deelnemingen. |
|
Verleende subsidies |
Subsidies die zijn toegekend aan aanvragers, vaak gepubliceerd in een subsidieverantwoording. |
|
Verplichte toelichting |
Een toelichting die op grond van het BBV verplicht is bij bepaalde begrotings- of jaarrekeningonderdelen. |
|
Vlottende activa |
Bezittingen die binnen een jaar kunnen worden omgezet in geld, zoals vorderingen of voorraden. |
|
Voorzieningen |
Verplichte of vrijwillige financiële buffers voor toekomstige verplichtingen of risico’s, zoals onderhoud of claims. |
|
Vreemd vermogen |
Schulden en verplichtingen van de gemeente, zoals leningen of crediteuren. |
|
Weerstandscapaciteit |
Beschikbare middelen voor het opvangen van onverwachte financiële tegenvallers. |
|
Weerstandsratio |
Verhouding tussen beschikbare en benodigde weerstandscapaciteit. Een ratio van >1 betekent voldoende buffer. |
|
Weerstandsvermogen |
De mate waarin de gemeente financiële tegenvallers op kan vangen zonder het beleid direct te hoeven aanpassen. |