Ga naar de inhoud van deze pagina.
Begroting 2026 Programmabegroting 2026-2029

3.1 Lokale heffingen

Fitpark

Een belangrijke bron van inkomsten voor de gemeente zijn de lokale heffingen. Bij lokale heffingen onderscheiden we belastingen, heffingen en leges. De opbrengsten van de belastingen gaan naar de algemene middelen. Dit betekent dat de opbrengsten voor alle gemeentelijke taken en voorzieningen ingezet kunnen worden. Bij heffingen en leges is sprake van een tegenprestatie van de gemeente. Hierbij mogen de geraamde opbrengsten niet hoger zijn dan de geraamde kosten van de gemeente voor uitoefening van de taak.

De paragraaf Lokale heffingen gaat over inkomsten en de lokale lastendruk en is als volgt opgebouwd:

  1. De geraamde inkomsten.
  2. Het beleid ten aanzien van de lokale heffingen.
  3. Een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen.
  4. Een aanduiding van de lokale lastendruk.
  5. Een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid.

Toerekenen overhead

Voor de berekening van de tarieven voor lokale heffingen moet de overhead op een consistente wijze worden toegerekend. In Westland worden de overheadkosten volledig omgeslagen naar rato van op de taakvelden geraamde loonkosten. Voor alle op taakvelden toerekenbare uren geldt een algemene opslag overhead. Voor de medewerkers van Ruimte-Buiten geldt een uitzondering met een lager opslagtarief overhead. Deze medewerkers zijn met name in de buitendienst werkzaam en maken minder gebruik van faciliteiten. De totale kosten van de overhead worden ook opgesplitst naar lasten met btw en zonder btw. Op basis van de verhouding wordt een berekening gemaakt. Deze berekening bepaalt hoeveel btw over de overhead mag worden toegerekend aan de lasten van de verschillende kostendekkende berekeningen.

Uitgangspunten

Met het amendement 'Dekkingsvoorstel bij programmabegroting 2025-2026' heeft uw raad de voorgestelde stijging van de OZB-heffing bovenop de inflatiecorrectie vanaf 2026 geschrapt.

In de Kadernota Westland 2025 is als uitgangspunt opgenomen dat jaarlijks een toename van de OZB-ontvangsten wordt geraamd. Dit komt door de groei van het areaal van woningen en niet-woningen. Op basis van het woningbouwprogramma wordt verwacht dat het areaal van woningen en niet-woningen de komende jaren meer toeneemt dan waar in de vorige meerjarenbegrotingen rekening mee is gehouden. De verwachte meeropbrengst als gevolg van areaaluitbreiding wordt jaarlijks verhoogd van € 475.000 tot € 600.000.

Ook bij de afvalstoffenheffing en de rioolheffing ramen we structureel hogere inkomsten als gevolg van de toegenomen areaaluitbreiding.

De meerjarige inflatie wordt verlaagd van 2,4% tot 2,3%. In tegenstelling tot de OZB nemen we de inflatiecorrectie bij de overige belastingen en heffingen pas in december mee. Zo zijn de cijfers in de programma’s gelijk aan die in deze paragraaf.

Bij het vaststellen van de belastingverordeningen 2026 in december 2025, worden de meest actuele financiële gegevens meegenomen.

Vaststellen van tarieven

We streven ernaar de tarieven gelijke tred te laten houden met de algemene prijsontwikkeling. Voor de afvalstoffenheffing en rioolheffing geldt een zogenaamd gesloten systeem, waarbij de tarieven in principe kostendekkend zijn. Zoals gebruikelijk, stelt de gemeenteraad in december de definitieve tarieven vast conform de besluitvorming in de begrotingsvergadering. Investeringen en genoemde prijsstijgingen op het gebied van energie, arbeid en grondstoffen hebben mogelijk ook gevolgen voor de gesloten systemen. Mochten deze ontwikkelingen aanpassing van de tarieven noodzakelijk maken, dan verwerken we dat in december.

Vertaling naar tarieven

Voorgesteld wordt de tarieven van de onroerendezaakbelastingen, forensenbelasting, rioolheffing, afvalstoffenheffing, lijkbezorgingsrechten, marktgelden en leges met 2,3% te laten stijgen. Het tarief van de toeristenbelasting, 5% van de kale overnachtingsprijs, blijft ongewijzigd. Uitgangspunt is dat de inflatiecorrectie is verrekend in de overnachtingsprijs. De woonlasten voor een meerpersoonshuishouden in een eigen woning met een gemiddelde WOZ-waarde stijgen met 2,24%. De woonlasten voor huurders stijgen met 2,29%. Deze minimale verschillen worden veroorzaakt door de afronding van de tarieven.

Bij de kostendekkendheid in deze paragraaf is bij de berekening nog niet uitgegaan van de voorgestelde tariefsverhogingen. Actualisatie van deze gegevens én keuzes rond tariefstelling en - voorstellen worden aan de gemeenteraad voorgelegd. Hiervoor bieden we in december 2025 alle gewijzigde verordeningen voor de gemeentelijke belastingen en heffingen aan bij de gemeenteraad.