Ga naar de inhoud van deze pagina.
Begroting 2026 Programmabegroting 2026-2029

Aandachtspunten provincie Zuid-Holland

De provincie Zuid-Holland heeft dit jaar een begrotingscirculaire uitgebracht. In deze circulaire worden actuele ontwikkelingen en aandachtspunten benoemd die van belang zijn bij het opstellen van de begroting 2026 en het meerjarenperspectief 2027–2029. Deze begroting is opgesteld conform het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV), het Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader (GTK 2020) en de gestelde richtlijnen van de provincie.

Structureel en reëel evenwicht

Gemeenten zijn wettelijk verplicht om een begroting op te stellen die structureel en reëel in evenwicht is. Dit houdt in dat structurele lasten worden gedekt door structurele baten, en dat de baten en lasten op realistische wijze zijn geraamd. Het financieel toezicht van de provincie is hierop ingericht.

Als een begrotingsjaar niet structureel en reëel sluitend is, kan worden volstaan met een meerjarenraming waarin het laatste begrotingsjaar (in dit geval 2029) structureel en reëel sluitend is. Indien hier niet aan wordt voldaan, is sprake van preventief toezicht. In alle andere gevallen geldt repressief toezicht. Gemeenten worden hierover uiterlijk per 1 januari 2026 geïnformeerd.

Overzicht van incidentele baten en lasten

De provincie beoordeelt het structurele begrotingssaldo mede aan de hand van het verplichte overzicht van incidentele baten en lasten. Gemeenten zijn verplicht deze baten en lasten eenduidig te definiëren en toe te lichten op basis van aard, eindigheid en financiële impact. Hierbij geldt dat incidentele baten en lasten tijdelijk van aard zijn, maar wel van invloed zijn op het begrotingssaldo. Ook winst- of verliesneming op grondexploitaties dient hierin te worden opgenomen.

Inzet van reserves

De provincie hanteert als uitgangspunt dat reserves alleen mogen worden ingezet voor incidentele uitgaven. Indien reserves worden aangewend voor structurele lasten, dient sprake te zijn van een expliciet toegestaan uitzonderingsregime. Sinds 2024 is het onder voorwaarden toegestaan om een deel van het vrij besteedbare deel van de algemene reserve (het surplus) structureel in te zetten ter dekking van structurele lasten.

Gemeenten mogen maximaal 10% van dit surplus structureel inzetten, mits:

  • de solvabiliteit 20% of hoger is en blijft;
  • het weerstandsvermogen toereikend is op basis van een actuele risico-inventarisatie;
  • de inzet van de reserve transparant is toegelicht en gespecificeerd in de begroting.

In dat geval wordt de betreffende inzet beschouwd als structurele baat. Structurele reserveonttrekkingen dienen opgenomen te worden in een separaat overzicht van structurele reservemutaties.

Specifieke actualiteiten

De begrotingscirculaire 2026 benoemt een aantal actuele ontwikkelingen die relevant zijn voor de beoordeling van begrotingen:

  • Algemene uitkering: Gemeenten ontvangen vanaf 2026 minder middelen uit het gemeentefonds vanwege de invoering van een nieuwe financieringssystematiek. De verwachte daling bedraagt circa € 2,3 miljard. Er wordt opgeroepen tot tijdige maatregelen zoals ombuigingen of lastenverhogingen.
  • Herijking gemeentefonds: De herverdeeleffecten worden tot 2027 beperkt door een suppletie-uitkering van maximaal € 37,50 per inwoner. In 2026 wordt nog uitgegaan van de stand van 2025.
  • Jeugdzorg: De eerder aangekondigde extra besparingen op de jeugdzorg zijn definitief geschrapt. Gemeenten mogen de aanvullende middelen uit de Hervormingsagenda Jeugd (voor 2026 t/m 2028) structureel meenemen in de meerjarenraming. Over 2029 wordt later duidelijkheid verschaft.
  • Klimaat- en energiebeleid: De CDOKE-regeling wordt naar verwachting voortgezet. Gemeenten mogen hiermee rekening houden in hun meerjarenraming, mits ook de daaraan verbonden lasten zijn geraamd.
  • Specifieke uitkering opvang Oekraïners: Eventuele overschotten uit deze tijdelijke taak dienen als incidenteel te worden aangemerkt en opgenomen in het overzicht van incidentele baten en lasten.
  • BTW-compensatiefonds: Voor de begroting 2026 mag maximaal worden uitgegaan van de gerealiseerde ruimte onder het BCF-plafond zoals bekendgemaakt in de meicirculaire 2025.
  • Grondexploitaties: Gemeenten dienen vanaf begrotingsjaar 2025 te werken conform de geactualiseerde BBV-notitie grondbeleid. Winstneming op grondexploitaties met een looptijd van tien jaar of langer is niet toegestaan.

Bezuinigingen en taakstellingen

De provincie benadrukt het belang van een transparante en realistische onderbouwing van bezuinigingsmaatregelen, ombuigingen of taakstellingen. Alleen maatregelen die concreet, realiseerbaar en goed onderbouwd zijn, worden meegenomen in de beoordeling van het structureel saldo. Een aparte paragraaf of bijlage met een integraal overzicht van alle opgenomen bezuinigingsmaatregelen wordt sterk aanbevolen.

Voor verbonden partijen geldt dat alleen taakstellingen mogen worden opgenomen indien deze reeds bestuurlijk zijn vastgesteld door het algemeen bestuur van de betreffende regeling.