De vergelijkende cijfers in kolom “werkelijk 2024” verschillen ten opzichte van de cijfers in de vastgestelde jaarrekening 2024. Dit wordt veroorzaakt doordat het product Samenkracht en het product Gezondheidsbeleid vanaf 2025 is samengevoegd tot het product Sterke basis. Hiernaast is het product Leerplicht en VSV vanaf 2025 opgenomen onder het product Onderwijs in programma 7 in plaats van als los product in programma 5.
Algemeen
Het nadelig saldo van de baten en lasten van € 124,6 miljoen in begroting 2026 binnen dit programma is ten opzichte van € 117,4 miljoen in de begroting 2025 met € 7,2 miljoen toegenomen. Dit bestaat uit een afname van de lasten van € 5,3 miljoen, een afname van de baten van € 2,1 miljoen, een verlaging van de onttrekkingen uit de reserves van € 6,2 miljoen en een verhoging van de stortingen in de reserves van € 4,2 miljoen.
Toelichting verschillen groter dan € 0,1 miljoen
Wet maatschappelijke Ondersteuning (WMO) € 0,4 miljoen
De lasten voor de Wmo zijn in 2026 € 0,4 miljoen hoger dan in 2025. In 2026 is incidenteel € 1,3 miljoen beschikbaar ter compensatie van het uitstel van de invoering van inkomensafhankelijke eigen bijdrage. Daarnaast zijn er in 2025 voor € 1,3 miljoen incidentele uitgaven voor Beschermd Wonen begroot. In 2026 wordt tot slot voor € 0,4 miljoen rekening gehouden met een stijging van de lasten van de 2e lijns Wmo uitgaven onder andere als gevolg van vergrijzing. Hiervoor is de gemeente gecompenseerd door het Rijk in de algemene uitkering (€ 0,4 miljoen in 2026, € 0,8 miljoen 2027 en € 1,2 miljoen 2027 en verder). Deze baten vallen in programma 10.
Vanaf 2027 ligt de begroting ongeveer € 0,9 miljoen lager. Vanaf 2027 wordt rekening gehouden met invoering van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage. Het Rijk heeft gemeenten hiervoor gekort in de algemene uitkering. Deze korting is verwerkt door de uitgaven te verlagen.
Werk en participatie € 0,6 miljoen
In 2026 zijn de begrote lasten € 0,6 miljoen hoger dan in 2025. Dit verschil wordt grotendeels veroorzaakt doordat de extra structurele middelen uit de Meicirculaire 2025 – bestemd voor de sociale werkvoorziening (WSW), beschut werk en sociale infrastructuur – vanaf 2026 zijn verwerkt in de begroting. Voor 2025 worden deze middelen opgenomen in de 2e Afwijkingenrapportage 2025.
Na 2026 daalt het beschikbare budget geleidelijk, vooral door de verdere afbouw van de WSW. Als gevolg hiervan ontvangt de gemeente minder middelen van het Rijk.
Sterke basis € 0,3 miljoen
In 2026 is de Brede specifieke uitkering € 0,3 miljoen lager dan in 2025. Hierdoor zijn de begrote lasten en baten in 2026 € 0,3 miljoen lager dan in 2025. Daarnaast is er bij de lasten sprake van een stijging van € 0,2 miljoen loonkosten als gevolg van CAO ontwikkeling.
Vanaf 2027 loopt de huidige Brede SPUK af. Hierdoor worden zowel de baten als de lasten met € 1,4 miljoen verlaagd vanaf 2027.
Jeugd(hulp) € 0,2 miljoen
In 2026 wordt er € 0,2 miljoen minder begroot voor de uitgaven voor jeugdhulp dan in 2025. Dit komt door incidentele uitgaven in 2025 voor het regionale inkoopproces 2027.
In de begroting was vanaf 2026 nog een taakstelling verwerkt van € 1,6 miljoen oplopend naar € 1,9 miljoen. Deze resterende taakstelling sociaal domein wordt opgelost met extra middelen uit de meicirculaire 2025.
Vanaf 2028 dalen de lasten met € 0,4 miljoen door het verwerken van de door de Rijksoverheid opgelegde taakstelling sturen op verlagen van de trajectduur. Dit is een gevolg van het rapport van de commissie Van Ark. Deze taakstelling verwachten we te realiseren door de (regionale) maatregelen die binnen de jeugdzorg genomen worden.
Vanaf 2028 worden de baten met € 1,5 miljoen verhoogd. Het Rijk heeft gemeenten gekort op de jeugdzorg middelen (Westland met € 1,5 miljoen) met als onderbouwing het invoeren van een eigen bijdrage jeugdzorg. Deze eigen bijdrage is nog niet door de 2e kamer geaccordeerd.
Inkomen(svoorzieningen) € 1,1 miljoen
In 2026 liggen de begrote lasten € 1,1 miljoen lager dan in 2025. Dit verschil ontstaat hoofdzakelijk doordat in 2025 incidenteel € 0,8 miljoen beschikbaar is voor de aanpak van energiearmoede. Dit budget is overgeheveld van 2024 naar 2025 en wordt volledig in 2025 besteed. Daarnaast wordt in 2025 € 0,2 miljoen onttrokken uit de reserve Werk en Inkomen voor de uitvoering van maatschappelijke participatie. In het vierde kwartaal van 2025 wordt gekeken of ook in 2026 en de daaropvolgende jaren middelen hiervoor benodigd zijn.
Inburgering € 0,3 miljoen
In 2026 liggen de begrote lasten € 2,0 miljoen lager dan in 2025. De begrote baten liggen € 1,7 miljoen lager dan in 2025. Dit verschil is grotendeels het gevolg van de budgetneutrale verwerking van de SPUK Wet Inburgering 2021 en de SPUK Onderwijsroute in de begroting van 2025. Voor zowel de baten als de lasten is via de 1e Afwijkingenrapportage 2025 een bedrag van € 1,7 miljoen opgenomen. Voor 2026 worden de baten en lasten via de 1e Afwijkingenrapportage 2026 budgetneutraal begroot, omdat de taakstelling van het aantal in te burgeren statushouders dan bekend is.
Het overige verschil in de lasten ontstaat door € 140.000 aan incidentele middelen van het Rijk ten behoeve van inburgering 2025. Daarnaast € 141.000 extra begroot voor de bekostiging van de meerkosten schakelklasvervoer.
Doorontwikkeling dienstverlening sociaal domein € 0,2 miljoen
In 2026 liggen de begrote lasten € 0,2 miljoen lager dan in 2025. Dit verschil ontstaat doordat in 2025 via de 1e Afwijkingenrapportage incidenteel € 0,2 miljoen wordt onttrokken uit de reserve Sociaal Domein. Dit betreft € 0,1 miljoen voor de inhuur van een projectleider business cases Sociaal Domein en € 0,1 miljoen voor het opstellen van het uitvoeringsplan Sociaal Domein.
Cultuur € 3,0 miljoen
In 2026 is er sprake van € 3,0 miljoen lagere lasten dan in 2025. In 2025 is incidenteel € 1,0 miljoen extra beschikbaar gesteld aan het Westlandmuseum en incidenteel € 1,7 miljoen voor de verhuizing van de WOS. Daarnaast was er sprake van incidentele middelen voor erfgoed en kerkenvisie.
Vanaf 2027 liggen de lasten € 0,4 miljoen lager omdat in 2026 € 0,2 miljoen begroot is als laatste bijdrage voor de verbouwing van het Westlandmuseum en 2026 is het laatste jaar van subsidieregeling vrijetijdskunst Westland, waarvoor € 0,16 miljoen begroot is.
Burgerzaken € 0,2 miljoen
De afwijking van de begrote kosten wordt veroorzaakt door het actualiseren van de kostenverdeelstaat. Dit als gevolg van de nieuwe CAO en door een herverdeling van de directe loonkosten waarbij deze kosten worden doorbelast naar de producten waar uren voor worden gemaakt. Binnen de gehele begroting betreft dit een budgetneutrale wijziging.
Reserves € 10,5 miljoen
De onttrekkingen aan de reserves zijn € 6,2 miljoen lager. In 2025 waren er onttrekkingen voor eenmalige subsidies aan Westlandmuseum en de WOS, voor uitgaven Beschermd Wonen, energietoeslag, inburgering, maatschappelijke participatie en transformatie sociaal domein.
Structureel zijn onttrekkingen geraamd ter dekking van de kosten van opvang Oekraïners en statushouders en voor extra bijdrage aan WestlandTheater Naald.