Ga naar de inhoud van deze pagina.
Begroting 2026 Programmabegroting 2026-2029

Externe ontwikkelingen/risico's

  • De aantallen arbeidskrachten uit Midden en Oost-Europa met de bereidheid tot werken in West-Europa is sterk dalend. Dit heeft nadelige gevolgen voor arbeidsmigratie naar Nederland en de Westlandse glastuinbouw.
  • Binnen Nederland kiezen arbeidsmigranten voor werk dat beter wordt betaald en als minder zwaar wordt ervaren (met name in logistieke centra). Ook dit heeft nadelige gevolgen voor arbeidsmigratie naar de Westlandse glastuinbouw.
  • Door innovaties en ontwikkelingen in de robotisering verandert het werk in de tuinbouw, echter voor deze (nieuwe) functies en door vergrijzing blijven nog steeds buitenlandse werknemers noodzakelijk.
  • De landelijke politiek werkt aan manieren om (arbeids)migratie te beperken.
  • Archeologische vondsten bij de Flora Campus kunnen voor een vertraging in de uitvoering van de plannen zorgen, de exacte tijdsduur van de vertraging is onbekend.
  • Grondstoffen zijn onverminderd duur; dit beïnvloedt elke economische sector.
  • De landelijke wetgeving rondom de energietransitie is voorbereid en treedt deels in 2026 in werking. De gemeente krijgt hiermee een regisserende en coördinerende rol met bijbehorende bevoegdheden om de transitie van de bestaande gebouwde omgeving naar een aardgasloze te realiseren.
  • De geothermie bronnen in Westland vormen de basis om de gebouwde omgeving duurzaam te verwarmen door middel van aansluiting op warmtenet(ten). De kansen die deze bronnen bieden moeten worden benut.
  • De prijsontwikkelingen en de personele schaarste zorgen ervoor dat de druk om te verduurzamen toeneemt.
  • Het Rijk verstrekt middelen om energie-armoede te bestrijden, isolatie te stimuleren en de gemeentelijke kosten (capaciteit) te compenseren. Deze middelen zijn meerjarig en incidenteel en moeten volgens de voorwaarden van het Rijk worden ingezet. Deze middelen mogen niet worden ingezet voor investeringen.
  • De kansen om de glastuinbouw, het gemeentelijk vastgoed, de bedrijventerreinen en (sport)accommodaties nog verder te verduurzamen mogen niet blijven liggen. Samen met de betrokken partners zoals de woningbouwcorporaties, ondernemers, verenigingen en warmtebedrijf moeten we investeren en tempo maken om projecten te realiseren.
  • In het kader van het tekort op de woningmarkt, verzocht het Rijk gemeenten voorlopig niet op te treden tegen permanente bewoning van recreatiewoningen. Dit in ieder geval tot het moment dat het Rijk hier een beslissing over neemt.