Ga naar de inhoud van deze pagina.
Begroting 2026 Programmabegroting 2026-2029

Financiële hoofdlijnen

Voor u ligt de begroting 2026. Hierin hebben we de voorstellen uit de Kadernota 2025 verwerkt. Ook hebben we zoals gebruikelijk de effecten van de meicirculaire over het gemeentefonds verwerkt in de cijfers.

Zoals we in de Kadernota reeds vermeldden werden de gemeenten in aanloop naar begrotingsjaar 2026 vanuit de VNG en de landelijke politiek gewaarschuwd voor het ontstaan van een zogenoemd ravijn in de begrotingsjaren 2026 en 2027. Dit ravijn werd voorzien omdat de bijdrage uit het gemeentefonds niet toereikend zou zijn voor de stijgende kosten op het gebied van jeugdzorg en de Wmo.

De financiële situatie voor Westland ziet er echter onverminderd goed uit. Dit is in belangrijke mate te danken aan de maatregelen die we al namen om de kostenstijgingen in het sociaal domein af te remmen, de zogenoemde 2%-besparingsoperatie, de eenmalige verhoging van de onroerende zaakbelasting in 2025 en de extra dividendinkomst van JUVA NV. Nu het Rijk in de meicirculaire ook een handreiking heeft gedaan voor het opvangen van de stijgende kosten van het sociaal domein is er in 2026 extra ruimte om te investeren in onze dorpen. Zo blijft de leefbaarheid op peil.

De meerjarenbegroting vertoont voor alle jaarschijven een voordelig saldo zonder dat de gemeente genoodzaakt is om ingrijpende bezuinigingsmaatregelen te treffen. Daarnaast is ook de reservepositie van onze gemeente solide te noemen.

De financiële positie van de gemeente wordt sinds een aantal jaren ook onderbouwd met een aantal financiële ratio’s. Deze verhoudingscijfers worden op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) opgenomen in de paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing. Een uitgebreide weergave en berekening van de bedoelde ratio’s zijn ook in deze begroting in de genoemde paragraaf terug te vinden.

De belangrijkste kengetallen voor de beoordeling van de financiële positie van de gemeente zijn de zogenoemde schuldquote (verhouding schulden/totale baten gemeente) en de solvabiliteit (verhouding eigen vermogen/totaal vermogen). Die geven een indicatie of de kapitaallasten en mogelijke tegenvallers in de begroting kunnen worden opgevangen.

De uitgangspunten voor de schuldquote en solvabiliteit ultimo 2024 waren in de basis gezond. Ten opzichte van de stand in de jaarrekening 2024 nemen de vaste schulden in onze huidige begroting met circa € 214 miljoen toe tot een niveau van € 575 miljoen per eind 2029. De schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen bereikt in 2028 een piek van 137,3%. Deze toename wordt mede veroorzaakt door de investeringen in de Flora Gebiedsontwikkeling.

De toename van de vaste schuld wordt gedempt door de opbrengst uit grondverkopen. De afname van de grondvoorraden als gevolg van grondverkopen blijkt uit het kengetal grondexploitatie. Daarmee wordt ook de afhankelijkheid van de voortgang van de grondvoorraden duidelijk. Wanneer deze achterblijven bij de prognose loopt de schuld harder op en stijgt de schuldquote tot boven de in het Gemeenschappelijk Toezichtskader (GTK) en door de VNG als kritisch gestelde norm van 130%. Dit beperkt de ruimte om nieuwe investeringsambities te kunnen uitvoeren.

Geplande investeringen zorgen ervoor dat de schuldpositie toeneemt. Een relatief groter deel van de bezittingen wordt gefinancierd met vreemd vermogen. Daardoor neemt ook de solvabiliteitsratio over de jaren af van 36,9% ultimo 2024, naar 27,6% aan het einde van de begrotingsperiode. Dit blijft echter ruim boven de door de VNG gestelde norm van minimaal 20%.

Het kengetal voor de begrote woonlasten, de belastingcapaciteit voor de Westlandse inwoners, is de afgelopen jaren licht verbeterd. De woonlasten voor de Westlandse inwoners bedragen naar verwachting in 2026 105% ten opzichte van het landelijke gemiddelde. Over werkelijke cijfers 2024 was dit nog 111,7%.

Hoewel het algemene beeld van de financiële gezondheid van de gemeente de komende jaren tijdelijk minder gunstig wordt, blijven de financiële kengetallen na verwerking van de financiële effecten van de investeringen binnen de VNG-normen met uitzondering van de netto schuldquote.

Aanpassingen begroting op basis van adviezen Rekenkamer

De Rekenkamer heeft in een tweetal rapporten over de bruikbaarheid van de Westlandse P&C-documenten een aantal verbetersuggesties gedaan. In deze begroting is hier op de volgende wijze invulling aan gegeven:

  • In de financiële hoofdlijnen hebben wij een tabel opgenomen met de totale baten en lasten per programma. Hiermee is op een prominente plaats in de begroting een totaaloverzicht beschikbaar.
  • Daarnaast is in de financiële hoofdlijnen een beknopte samenvatting opgenomen van de financiële positie van onze gemeente met inbegrip van een duiding van een aantal belangrijke financiële kengetallen (zie hiervoor).
  • In de paragraaf Financiering hebben wij een kasstroomoverzicht opgenomen, waarmee inzicht wordt geboden in de verwachte ontwikkeling van de gemeentelijke liquiditeiten.
  • In de financiële overzichten is de presentatie van de cijfers eenduidig toegepast (-/- is een baat of voordeel, + een last of nadeel). Ook zijn de bedragen consequent weergegeven (in duizend euro).
  • De begrippenlijst en afkortingenlijst zijn uitgebreid.


Van 1e afwijkingenrapportage 2025 tot meerjarenbegroting 2026-2029

De financiële startpositie is gebaseerd op de 1e afwijkingenrapportage 2025 die de raad op 9 juli 2025 heeft vastgesteld. We hebben het financieel meerjarenperspectief (FMP) bijgewerkt om de budgettaire ruimte voor de komende jaren te bepalen. Hierbij zijn de effecten van de separate college- en raadsbesluiten en de actualisatie van de raming voor het Gemeentefonds belangrijke onderdelen.

(bedragen x € 1.000)

Omschrijving 2026 2027 2028 2029

Saldo na raadsvergadering 9 juli 2025

       1.094

       1.346

       3.101

       2.485

Investeringen (MIP)

         -515

         -765

         -479

       2.811

Saldo

          579

          581

       2.622

       5.296


Een min-bedrag is een voordeel, baat , onttrekking uit reserve, voordelig saldo.

MIP actualisatie

Op 9 juli 2025 heeft u het bijgestelde plan voor investeringen voor de komende jaren goedgekeurd. Op 9 juli zijn de wijzigingen in bestaande kredieten en de nieuwe kredieten met een uitgave in 2025 ter besluitvorming voorgelegd. In deze begroting worden de overige nieuwe investeringen uit het bijgestelde plan ter besluitvorming voorgelegd. In hoofdstuk 4.7 Investeringen zijn alle investeringen opgenomen. De financiële gevolgen van de aanpassingen in dit plan zijn te zien in de tabel hierboven. Deze wijkt mede door de aanpassing van de omslagrente af van de reeks zoals opgenomen in de Kadernota. Voor meer details over de investeringen kunt u het document ' boekwerk MIP' raadplegen, zoals dit met uw raad is gedeeld bij de besluitvorming op 9 juli 2025.

We blijven investeren in belangrijke zaken zoals scholen, sportfaciliteiten, openbare voorzieningen en verkeer. Op die manier zorgen we ervoor dat het fijn wonen blijft in Westland.

Structurele nieuwe ambities

(bedragen x € 1.000)

Omschrijving 2026 2027 2028 2029

Saldo

          579

          581

       2.622

       5.296

Domein riolering

      -2.667

      -2.667

      -2.667

      -2.667

Domein afval

      -2.268

      -2.238

      -2.238

      -2.238

Personeel mobiliteit

          400

          400

          400

          400

Structurele subsidie bibliotheken

          400

          400

          400

          400

Management kunstcollectie

             35

             35

             35

             35

Groenblauwe schoolpleinen

          125

          125

          125

          125

Structurele extra kosten ICT

          500

          500

          500

          500

WNTweb

          210

          170

          120

          120

Verkeersonderzoeken

          200

          200

          200

          200

Saldo

      -2.486

      -2.494

          -503

       2.171

Een min-bedrag is een voordeel, baat , onttrekking uit reserve, voordelig saldo.


Domeinen riolering en afval

In de meerjarenraming werd tot nu toe rekening gehouden met structurele dotaties aan de egalisatievoorziening riolering (€ 2,7 miljoen) en afval (€ 1,4 miljoen). Het voorstel is om de komende jaren toe te werken naar een situatie waarin de kosten volledig kunnen worden gedekt uit de tarieven. We laten daarom de structurele dotaties vrijvallen en zullen waar nodig een incidentele dotatie te doen. Onderstaand lichten we per domein toe hoe we op termijn richting kostendekkende tarieven kunnen toegroeien.

Afval

Landelijk gebeurt er veel in het domein afval. Sinds 1 januari 2025 voert HVC alle activiteiten rond het inzamelen en verwerken van het huishoudelijk afval voor ons uit. Samen met HVC brengen we de komende jaren de basis verder op orde en werken we aan verfijning van de dienstverlening. Zo kunnen we op termijn toegroeien naar kostendekkendheid. Om op termijn toe te werken naar kostendekkendheid willen we samen met HVC eerst de inwoners goed van dienst zijn en hen daarna in staat stellen zelf manieren te benutten om het gewicht aan restafval flink verlagen. HVC verleent daarvoor diensten om inwoners daarbij te helpen. Deze diensten moeten leiden tot lagere afvalkosten en verbeterde kostendekkendheid van heffingen. Landelijke beleidskeuzes hebben direct impact op het afvaldossier. Het kabinet onderzoekt opschorting van de CO2-heffing tot 2030, met een tarief van nul vanaf 2026. Dit volgt op een motie van de Tweede Kamer. Uitwerking en besluitvorming zijn gaande; waaronder de impact op de afvalverbrandingsinstallaties. Tot de wetswijziging blijven de huidige regels van kracht. Omdat de opschorting nog niet wettelijk is vastgelegd houden we voor nu rekening met de huidige uitgangspunten. Om die reden is bij de Jaarrekening 2024 besloten om € 8,3 miljoen incidenteel te doteren aan de reserve Afval. De komende jaren onttrekken we aan de reserve en verwachten we een kostenbesparing door te voeren. Naast de structurele dotatie van € 1,4 miljoen die we niet meer doen, levert het een aanvullend voordeel van € 0,8 miljoen op door verwachte kostenbesparingen.

Riolering

Bij de riool- en waterzorgheffing streven we ernaar om de kosten volledig te dekken. In het komende jaar wordt er een onderzoek uitgevoerd en worden de bestaande plannen herzien op basis van alle recente ontwikkelingen. De egalisatievoorziening riolering bedraagt op 31 december 2024 € 12,75 miljoen en is voldoende voor de komende jaren.

Personeel mobiliteit

Vanaf 2026 wordt er structureel € 400.000 formatie toegevoegd aan het team van het organisatieonderdeel Mobiliteit, vanwege de ambitie die Westland heeft om goed en beter bereikbaar te zijn. Dit is terug te zien in de vele projecten in het MIP met betrekking tot infrastructuur die moeten worden uitgevoerd.

Structurele subsidie bibliotheken

Een deel van de structurele subsidie van Bibliotheek Westland is de afgelopen jaren aangevuld met een incidentele subsidie. Zonder deze middelen kan het huidige voorzieningenniveau niet gehandhaafd blijven. Door het subsidiebudget structureel te verhogen met € 400.000 borgen we de dienstverlening.

Management kunstcollectie

Gemeente Westland is eigenaar van een aanzienlijke kunstcollectie. Er worden in het kunstdepot aan de Verdilaan ruim 400 schilderijen, tekeningen, prenten en wandkleden bewaard. Om de collectie toegankelijk, actief en in een goede conditie te brengen zijn structureel middelen nodig. Hiermee is vanaf 2026 € 35.000 structureel beschikbaar.

Groenblauwe schoolpleinen

Tijdens de groene schoolpleinentop heeft de provincie Zuid-Holland de ambitie uitgesproken dat per 2030 50 procent van de schoolpleinen groenblauw is. Ondertussen zijn de schoolpleinen van basisscholen De Liereling, De Driekleur Avonturier en De Driekleur Dalton al groenblauw gemaakt. Vanuit de portefeuille onderwijshuisvesting, groen en klimaatadaptatie stelden we in 2025 in totaal een bedrag van € 150.000 euro beschikbaar. Om de subsidie ook de komende jaren uit te kunnen keren, is structureel € 125.000 benodigd vanaf 2026 . Het restant van € 25.000 kan worden gedekt uit de huidige exploitatie. De subsidie bedraagt ten hoogste € 50.000 per aanvraag.

Structurele extra kosten ICT

De ICT-kosten voor overheidsorganisaties nemen al jaren aanzienlijk toe. Stijgende software- en hardwarekosten, maar ook de wet- en regelgeving zoals de cyberbeveiligingswet (NIS2) spelen hierin een belangrijke rol. Om de ICT-kosten ook in de toekomst te kunnen dragen stellen we voor vanaf 2026 structureel € 500.000 vrij te maken voor ICT.

Westland natuur en techniek web (WNT-web)

Op basis van in 2021 gemaakte afspraken heeft WNT-web in de jaren 2022 t/m 2025, bovenop de basissubsidie (van nu bij elkaar € 129.125), jaarlijks een incidentele subsidie ontvangen van € 250.000 voor het vormgeven en uitvoeren van ambities binnen de Lokale Educatieve Agenda (LEA). Om de continuïteit van het aanbod van WNT-web te borgen en om recht te doen aan de ambities en gestelde doelen voor 2026 en verder van gemeente Westland en het onderwijs blijft aanvullende subsidie nodig. In 2026 gaat dit om € 210.000, voor de jaren erna daalt dit naar € 120.000. De daling is mogelijk omdat het onderwijs een grotere financiële verantwoordelijkheid neemt en het percentage van het totaal van de begroting van WNT-web dat gemeente Westland voor zijn rekening neemt daalt.

Verkeersonderzoeken

In de afgelopen jaren zien we steeds meer vraagstukken rond mobiliteit waar we door andere partijen advies op willen hebben. Dit kan nodig zijn omdat we zelf de kennis niet in huis hebben of omdat het goed is een onafhankelijk onderzoek te laten doen. Voorheen werden deze lasten gedekt door incidentele middelen. Voorgesteld wordt om structureel een bedrag van € 200.000 beschikbaar te maken voor dit soort onderzoeken.

Incidentele nieuwe ambities

(bedragen x € 1.000)

Omschrijving 2026 2027 2028 2029

Social return on investment

162

162

-

-

Motie woonbeleid senioren

110

-

-

-

Totaal

272

162

-

-

Een min-bedrag is een voordeel, baat , onttrekking uit reserve, voordelig saldo.

Social return on investment (SROI)

In Westland is het instrument Social return on investment (SROI) basaal ontwikkeld. Daardoor laten we (financiële) kansen liggen. We investeren daarom extra. Hiermee zorgen we ervoor dat er meer baankansen komen voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. We hebben het voornemen om aan te sluiten bij regionale initiatieven om met zorgaanbieders te zorgen voor meer baankansen in de zorg. Patijnenburg voert deze werkzaamheden voor ons uit. We dekken de SROI voor twee jaar (2026 en 2027) uit de reserve Sociaal domein. De kosten bedragen voor deze twee jaar € 162.000 per jaar.

Motie woonbeleid senioren

Bij de begrotingsbehandeling in november 2024 heeft de gemeenteraad de motie 'woonbeleid senioren' aangenomen. Om uitvoering te geven aan deze motie doen we , in lijn met de raadsinformatiebrief van 2 april 2025 inzake de afdoening van de moties omtrent wonen en zorg, een incidentele onttrekking aan de reserve volkshuisvesting voor tijdelijke formatie. Het gaat om een bedrag van € 110.000 in 2026.

Overige mutaties

(bedragen x € 1.000)

Omschrijving 2026 2027 2028 2029

Saldo

      -2.486

      -2.494

          -503

       2.171

Bezuinigingen GR'en

         -320

         -115

         -115

         -115

Aframen post onvoorzien

         -100

         -100

         -100

         -100

Exogeen onontkoombare ontwikkelingen

          153

          153

          153

          153

OZB areaaluitbreiding

              -

              -

              -

         -600

Algemene uitkering - maatstaven

              -

              -

              -

      -1.037

OZB inflatie conform CPI

              -

              -

              -

      -1.025

Structureel effect inflatie OZB 2,3%

             39

             80

          122

          122

Saldo

      -2.713

      -2.477

          -443

          -431

Een min-bedrag is een voordeel, baat , onttrekking uit reserve, voordelig saldo.

Bezuinigingen gemeenschappelijke regelingen

De colleges van de gemeenten in Haaglanden hebben de besturen van de gemeenschappelijke regelingen gevraagd om rekening te houden met een bezuiniging van 6,2% op de geïndexeerde bijdrage voor het jaar 2026. Inmiddels zijn de begrotingen van de gemeenschappelijke regelingen bekend. In totaal is er in 2026 een besparing van € 0,3 miljoen gerealiseerd incidenteel, en is er een structurele besparing van € 0,1 miljoen.

Aframen post onvoorzien

Gemeenten moeten volgens de regels van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) een bedrag voor onvoorziene uitgaven opnemen in hun begroting. De exacte hoogte van dit bedrag is niet vastgesteld bij wet: gemeenten hebben hierin vrijheid. Gemeente Westland reserveert jaarlijks tot op heden € 100.000 voor deze post. Met uitzondering van een incidentele bijdrage na een aardbeving in Syrië/Turkije in 2023, is dit bedrag de afgelopen jaren niet gebruikt. Daarom wordt voorgesteld om vanaf de begroting van 2026 het bedrag voor onvoorziene uitgaven structureel te verlagen naar € 1. Hierdoor komt er extra budgettaire ruimte vrij van ongeveer € 100.000.

Exogeen onontkoombare ontwikkelingen

Exogeen onontkoombare ontwikkelingen zijn mutaties die, vanuit wettelijke verplichtingen, externe omstandigheden, open-einde regelingen etcetera, niet of in zeer beperkte mate op korte termijn beïnvloedbaar zijn. Het hier opgenomen bedrag van € 153.000 betreft een structureel budget vanaf 2026 voor de registratie van arbeidsmigranten.

OZB areaaluitbreiding

Jaarlijks wordt een toename van de OZB -ontvangsten geraamd door de groei van het areaal van woningen en niet-woningen. W e verwachten op basis van de woningbouwprogrammering dat het areaal van woningen en niet-woningen de komende jaren meer toeneemt dan waar in de vorige meerjarenbegrotingen rekening mee is gehouden (€ 475.000). Dit is voor de jaren 2025 -2028 verwerkt in het structureel effect van de 1e Afwijkingenrapportage. Voor jaarschijf 2029 levert dit aanvullende inkomsten op van gecumuleerd € 600.000.

Algemene uitkering – maatstaven

Jaarlijks worden de aantallen binnen de maatstaven die de hoogte van de algemene uitkering bepalen, herijkt op basis van nieuwe getallen per 1 januari. Het gaat dan met name om de werkelijke aantallen woningen en inwoners per 1 januari (en de daarvan afgeleide ontwikkeling in aantallen). Het aantal inwoners per 1 januari 2025 blijft licht achter bij de verwachting die in de begroting is opgenomen. Daarnaast is de waardeontwikkeling van de woningen in Westland hoger dan de in de meicirculaire 2024 opgenomen inschatting van de landelijke ontwikkeling. Hierdoor is de aftrek binnen de algemene uitkering hoger dan geraamd. Beide componenten werken structureel door. In 2029 wordt de negatieve trend doorbroken doordat we in dat jaar een hogere uitkering verwachten, aangezien de aantallen woningen en inwoners c.a. wel stijgen ten opzichte van de (bijgestelde) aantallen in 2028.

OZB inflatie conform CPI

In 2029 passen we de OZB-tarieven aan om rekening te houden met de verwachte inflatie. Volgens het Centraal Economisch Plan 2025 van het Centraal Planbureau wordt de inflatie in 2029 geschat op 2,3% volgens het CPI-cijfer. Deze inflatiecorrectie leidt naar verwachting tot een extra opbrengst van € 1 miljoen aan OZB-inkomsten in het jaar 2029.

Structureel effect inflatie OZB 2,3%

Het eerder geraamde percentage van 2,4% voor de OZB-indexering is bijgesteld naar het actuele percentage van 2,3%, wat een beperkt nadeel met zich meebrengt voor de jaren 2026-2028.

Meicirculaire

(bedragen x € 1.000)

Omschrijving 2026 2027 2028 2029

Saldo

      -2.713

      -2.477

          -433

       -431

Meicirculaire

   -10.738

      -8.406

      -7.817

      -7.721

Saldo

   -13.451

   -10.883

      -8.260

      -8.152

Een min-bedrag is een voordeel, baat , onttrekking uit reserve, voordelig saldo.

Op 28 mei 2025 is de meicirculaire 2025 verschenen. Hierin worden mededelingen gedaan met betrekking tot de algemene uitkering uit het gemeentefonds over de jaren 2025 - 2030. Bovenstaande reeks ‘Meicirculaire’ bevat het effect van de meicirculaire op het gemeentelijk perspectief. De meicirculaire pakt positief uit voor Westland.

Voor de volledige inhoud van de meicirculaire verwijzen wij naar de raadsinformatiebrief d.d. 25 juni 2025 inzake dit onderwerp.


Middelen meicirculaire sociaal domein

Met de extra inkomsten vanuit de meicirculaire kunnen we de resterende taakstelling op het sociaal domein conform de aangenomen motie oplossen.

Ook heeft het Rijk vanaf 2028 een verandering van het rijksbeleid op het sociaal domein aangekondigd. Deze moeten zorgen voor een kostenbesparing van in totaal € 4,9 miljoen. In de meicirculaire heeft het rijk daarom de uitkering van het gemeentefonds verlaagd met € 4,9 miljoen. In lijn met het advies van de VNG gaan wij er in deze begroting vanuit dat de betreffende rijksmaatregelen de benodigde financiële effecten opleveren. Daarmee heeft de korting op het gemeentefonds geen effect op het begrotingssaldo.

Dit bedrag bestaat uit 3 onderdelen: een beoogde besparing door het sturen op de trajectduur van jeugdzorg welke wij overnemen (€0,4 miljoen kostenbesparing), een eigen bijdrage voor jeugdzorg (€ 1,5 miljoen extra inkomsten), en een indexatie van een eerder geraamde besparing (€3 miljoen kostenbesparing). De gedachte achter deze laatste besparing is dat wanneer de gemeente namens het rijk taken uitvoert, het Rijk de gemeente hiervoor ook de benodigde middelen ter beschikking stelt. Voor 2026 en 2027 zijn de middelen beschikbaar gesteld, en in lijn met het advies van de VNG gaan we er vanuit dat dit ook voor 2028 en verder het geval is.

Tevens kiezen we ervoor de in de meicirculaire aangekondigde incidentele middelen voor 2026 en 2027, te storten in de reserve sociaal domein.

In onderstaande tabel laten we de financiële effecten zien van de keuzes die we maken voor het sociaal domein naar aanleiding van de meicirculaire. Hierna lichten we dit per onderwerp in de tabel verder toe.


(bedragen x € 1.000)

Omschrijving 2026 2027 2028 2029

Saldo

   -13.451

   -10.883

      -8.260

      -8.152

Sociaal domein oplossen taakstelling

       1.612

       1.934

       1.934

       1.934

Sociaal domein sturen trajectduur

          400

          400

Sociaal domein eigen bijdrage jeugd

       1.500

       1.500

Sociaal domein indexeren opbrengst hervormingsagenda

       3.000

       3.000

Voorstel taakstelling sturen trajectduur

         -400

         -400

Voorstel ramen eigen bijdrage jeugd

      -1.500

      -1.500

Voorstel stelpost indexeren opbrengst Hervormingsagenda

      -3.000

      -3.000

Sociaal domein incidentele middelen

      -3.000

      -2.700

Voorstel incidentele middelen naar reserve Sociaal Domein

       3.000

       2.700

Saldo

   -11.839

      -8.949

      -6.326

      -6.218

Een min-bedrag is een voordeel, baat , onttrekking uit reserve, voordelig saldo.

Sociaal domein oplossen taakstelling

In de lopende begroting was nog sprake van een resterende taakstelling voor het sociaal domein. We stellen conform de aangenomen motie d.d. 9 juli 2025, voor deze resterende taakstelling oplopend van € 1,6 miljoen in 2026 naar € 1,9 miljoen in 2029 op te lossen met de extra middelen ontvangen vanuit het Rijk.

Sociaal domein sturen trajectduur

Het Rijk verwacht door het verkorten van de trajectduur binnen de jeugdzorg dat de gemeentelijke lasten met € 0,4 miljoen verlaagd kunnen worden vanaf 2028. Het gemeentelijke budget wordt om deze reden met € 0,4 miljoen gekort. De maatregelen die we hebben genomen door te normaliseren in de jeugdzorg, zorgen er naar verwachting voor dat de jeugdzorg uitgaven daadwerkelijk verlaagd worden. In dit verband nemen we vanaf 2028 voor € 0,4 miljoen een taakstelling op in het product jeugd in programma 5.

Sociaal domein eigen bijdrage jeugd

Het Rijk is van plan een landelijke eigen bijdrage jeugdzorg in te voeren vanaf 2028. Hiervoor wordt het gemeentelijke budget met € 1,5 miljoen gekort omdat het Rijk er vanuit gaat dat gemeenten deze eigen bijdrage gaan innen. Deze eigen bijdrage wordt vanaf 2028 verwerkt als inkomst in de begroting in programma 5, product jeugd.

Sociaal domein indexeren opbrengst Hervormingsagenda

De oorspronkelijke besparingsopgave van de Hervormingsagenda Jeugd is in prijs- en volumepeil 2019 ingeboekt. Het Rijk veronderstelt hierdoor een hogere besparing aangezien prijs en volume sindsdien gestegen zijn. Het gemeentelijke budget wordt om deze reden met € 3,0 miljoen gekort. Deze maatregel is zonder overleg met de VNG tot stand gekomen. Het advies van de VNG is om hiervoor een stelpost op te nemen. De VNG gaat ervan uit dat het Rijk ook voor de jaren vanaf 2028 de lijn volgt van het advies van de commissie Van Ark en het principe respecteert dat medebewindstaken worden vergoed. In lijn met dit uitgangspunt en bijbehorend advies van de VNG hebben wij ervoor gekozen de stelpost van € 3 miljoen in de begroting op te nemen.

Sociaal domein incidentele middelen

Het kabinet heeft in de meicirculaire 2025 incidenteel extra middelen beschikbaar gesteld om de Hervormingsagenda jeugd geleidelijk in te kunnen voeren. Voor Westland gaat het, verspreid over 2025 t/m 2027, om € 8,2 miljoen extra voor jeugdzorg (€ 2,5 miljoen in 2025, € 3 miljoen in 2026 en € 2,7 miljoen in 2027). We verkeren momenteel in de gunstige positie dat er op korte termijn geen tekorten zijn binnen de jeugdzorg. We stellen voor de incidentele middelen voor 2026 en 2027 te storten in de reserve sociaal domein om te kunnen werken aan een toekomstbestendige inrichting van het brede sociaal domein. We komen met voorstellen richting uw raad voor de inzet van deze middelen.

Aangenomen moties

(bedragen x € 1.000)

Omschrijving 2026 2027 2028 2029

Saldo

   -11.839

      -8.949

      -6.326

      -6.218

Motie rekenkamer

             32

             32

             32

             32

Motie investeren in sociaal domein

       1.188

          866

       1.066

       1.266

Saldo

      -10.619

      -8.051

      -5.228

      -4.920

Een min-bedrag is een voordeel, baat , onttrekking uit reserve, voordelig saldo.

Motie rekenkamer

Uw raad heeft met de raadsvergadering van 9 juli een motie aangenomen waarin de raad het college verzoekt een bedrag van € 32.000 extra vrij te maken voor de Rekenkamer voor het doen van onderzoeken. Dit structurele nadeel is verwerkt in de begroting. We beschouwen de motie hiermee als afgedaan.

Motie investeren in sociaal domein

Uw raad heeft met de raadsvergadering van 9 juli een motie aangenomen waarin de raad het college verzoekt 'bij de begroting de raad voor te stellen om de nog niet uitgevoerde bezuiniging van 2% op het sociaal domein stop te zetten'. Met de eerdergenoemde verwerking van de middelen voor het sociaal domein resteert er geen taakstelling meer op het sociaal domein. We stellen voor het batige saldo resterend na verwerking van de middelen sociaal domein uit de meicirculaire, toe te voegen aan de algemene reserve. Dit betreft een nadeel voor het begrotingssaldo van € 1,2 miljoen in 2026 tot € 1,3 miljoen in 2029. Wij beschouwen de motie hiermee als afgedaan.

In een in januari 2024 door de raad aangenomen motie werd het college opgeroepen om veelvuldig te rapporteren over de doorgevoerde bezuinigingen en om bij gevoelige keuzes de raad te betrekken en deze ook voor te leggen aan de raad. De raad is (in 2024) regelmatig geïnformeerd over de voortgang van de operatie. Daarnaast betrekken wij de raad te allen tijde bij gevoelige beleidskeuzes. Ook deze motie beschouwen wij hiermee als afgedaan.


Reserve ontwikkeling Verdilaan / De Naald

(bedragen x € 1.000)

Omschrijving 2026 2027 2028 2029

Saldo

-10.619

-8.051

-5.228

-4.920

Storting in reserve Verdilaan / De Naald reeds aangekondigd in Kadernota

3.000

2.500

2.000

2.000

Storting in reserve Verdilaan / De Naald aanvullend

7.619

5.551

3.228

2.920

Saldo

0

0

0

0

Een min-bedrag is een voordeel, baat, onttrekking uit reserve, voordelig saldo

Bovenstaand saldo voor de begrotingsjaren 2026-2029 is het resultaat van de verwerking van alle nieuwe ambities, overige mutaties en maatregelen. Alle jaren tonen een overschot, waardoor de begroting structureel sluitend is.

We zetten in op realisatie van een nieuw WestlandTheater De Naald. De exacte invulling van het theater wordt de komende tijd nader uitgewerkt, samen met het bestuur en de directie van De Naald. We houden rekening met de kosten van het voorbereiden van de bouw van het nieuwe theater. Deze kosten zijn al meegenomen in de begroting van 2026-2029.

De maximale investeringskosten, zoals besloten in de raadsvergadering van 18 juni 2025, zijn € 62,981 miljoen en worden opgenomen in het meerjarig investeringsplan (MIP). Dit leidt tot kapitaallasten die buiten de meerjarenraming van deze begroting vallen (na 2029). Voor de jaren na 2029 is er nog geen geld gereserveerd voor deze kosten. Bij een investeringsbedrag van € 62,981 miljoen bedragen de kapitaal- en exploitatielasten maximaal circa € 3,7 miljoen per jaar.

Om het nieuwe theater te kunnen bouwen, gaan we ook kijken naar hoe we de kosten voor het theater en de ontwikkeling van de Verdilaan betalen. Als we beginnen met de bouw van het theater, starten we ook met het ontwikkelen van het gebied rond de Verdilaan. Het stedenbouwkundig en beeldkwaliteitsplan werken we verder uit op basis van de gekozen variant van het nieuw te bouwen theater. Op basis van de stedenbouwkundige invulling en de keuzes die daarin worden gemaakt, stellen wij een grondexploitatie en een parkeerexploitatie op.

Vanaf 2026 willen we een groot deel van de overschotten van de begroting apart zetten voor de kosten van de Verdilaan en De Naald in een nieuw te vormen bestemmingsreserve kapitaallasten Verdilaan / De Naald. In totaal sparen we tussen 2026 en 2029 zo € 28,8 miljoen om de kosten van het nieuwe theater en de ontwikkelingen rond de Verdilaan te kunnen betalen. Een bestemmingsreserve mag naar rato ingezet worden om dekking te bieden voor afschrijvingslasten. Met een afschrijvingstermijn van 50 jaar voor een nieuw theater kan op deze manier jaarlijks maximaal € 576.000 als dekking worden ingezet. De kapitaallasten voor een nieuw theater bedragen na afronding maximaal € 3,1 miljoen, rekening houdend met het al eerder gevoteerde voorbereidingskrediet.

(bedragen x € 1.000)

Kapitaallasten Nieuw Westland Theater 2030 2031 2032 2033 2034 2035

Voorbereidingskrediet Nieuw Westland Theater

178

178

296

293

289

286

Nieuw Westland Theater

685

1.370

2.853

2.819

2.784

2.750

Totaal

862

1.548

3.149

3.111

3.073

3.036


Het begrotingssaldo voor de storting in de reserve Verdilaan / De Naald bedraagt €4,9 miljoen. Daarnaast is er door de eerdergenoemde reserve nog € 576.000 structurele dekking. Dit is samen toereikend om de kapitaallasten van een nieuw theater, zoals weergegeven in bovenstaande tabel, te kunnen dragen.

Bij dit gunstige financiële perspectief van onze gemeente vanaf 2029 plaatsen wij nog wel de kanttekening dat wij ook meerjarig fors willen investeren in Westland. Er zijn investeringen zoals bijvoorbeeld het Flora Vakcollege + en de vervanging van sportparken waarvan de volledige kapitaallasten pas in 2030 zichtbaar worden.

Staat van baten en lasten meerjarenbegroting 2026 - 2029

De onderstaande meerjarenraming van 2026-2029 geeft een overzichtelijke weergave van de verwachte inkomsten en uitgaven voor de komende vier jaar.

(bedragen x € 1.000)

Programma 2026 2027 2028 2029

1. Ruimtelijke ordening

-5.322

-5.322

-5.322

-5.322

2. Volkshuisvesting

-464

-464

-464

-464

3. Gebiedsontwikkeling

-7.833

-12.755

-24.652

-32.134

4. Mobiliteit en economie

-15.317

-15.541

-20.058

-20.606

5. Zorg, welzijn en cultuur

-41.368

-39.934

-41.435

-41.430

6. Openbare orde en veiligheid

-1.106

-1.106

-1.106

-1.106

7. Onderwijs en sport

-3.716

-3.651

-3.651

-3.651

8. Openbare ruimte

-42.050

-42.500

-42.950

-43.400

9. Politiek en bestuur

-7

-7

-7

-7

10. Financiën en algemene dekkingsmiddelen

-290.409

-289.227

-284.365

-287.267

11. Organisatie en overhead

-819

-819

-819

-819

Totale baten

-408.411

-411.326

-424.829

-436.206

1. Ruimtelijke ordening

10.695

10.388

10.386

10.415

2. Volkshuisvesting

1.614

1.505

1.505

1.505

3. Gebiedsontwikkeling

9.556

13.885

25.778

33.257

4. Mobiliteit en economie

22.990

23.100

28.233

28.758

5. Zorg, welzijn en cultuur

164.603

161.778

161.946

161.887

6. Openbare orde en veiligheid

13.485

13.705

13.703

13.701

7. Onderwijs en sport

24.120

25.059

26.360

27.241

8. Openbare ruimte

90.550

94.371

95.710

95.977

9. Politiek en bestuur

6.168

5.536

5.536

5.536

10. Financiën en algemene dekkingsmiddelen

5.866

4.259

1.611

2.158

11. Organisatie en overhead

55.321

55.530

55.154

55.249

Totale lasten

404.968

409.116

425.922

435.684

Saldo baten en lasten

-3.443

-2.210

1.093

-522

Totale stortingen

17.335

11.954

6.623

6.508

Totale onttrekkingen

-13.892

-9.744

-7.716

-5.986

Saldo reserves

3.443

2.210

-1.093

522

Resultaat begroting

0

0

0

0

Een min-bedrag is een voordeel, baat , onttrekking uit reserve, voordelig saldo.

Een nadere toelichting over de verschillen is opgenomen per programma in hoofdstuk 2.

Ontwikkeling balansposities

De balans geeft inzicht in de omvang van onze bezittingen en de manier waarop die worden betaald. De ontwikkeling van de reserves en de schuldpositie heeft invloed op de financiële positie van de gemeente.

Vaste activa en langlopende schulden

(bedragen x € 1.000)

Omschrijving 2026 2027 2028 2029

Vaste activa

647.382

710.732

768.970

814.440

Langlopende leningen

469.445

535.465

567.681

574.794


De investeringen die we doen in de gemeente activeren we en nemen we op onder onze vaste activa. Daarover schrijven we gedurende een langere periode af. De afschrijving vormt samen met de rente de kapitaallast die we jaarlijks in onze exploitatie verantwoorden. De stijging van de materiële vaste activa in de komende jaren is voornamelijk te wijten aan geplande investeringen in de toekomst. Per saldo wordt er meer geïnvesteerd dan afgeschreven.

Door de geplande investeringen neemt de schuldpositie van de gemeente (langlopende geldleningen) de aankomende jaren toe. Voor 2026 wordt een verhoging van de schuldpositie voorzien van € 61,7 miljoen naar een saldo van € 464,4 miljoen ultimo 2026. De totale toename van de schuld schatten we in de periode 2026-2029 op een kleine € 195 miljoen. De afname van de financieringsbehoefte vanaf 2028 vloeit voor een belangrijk deel voort uit de begrote grondverkopen. De gepresenteerde cijfers in de tabel hieronder zijn gebaseerd op een realistisch model ten aanzien van de investeringsuitgaven van het MIP en de Flora Gebiedsontwikkeling.

Reserves

De reserves zijn onder te verdelen in een algemene reserve (die een bufferfunctie vervult) en de bestemmingsreserves die bestemd zijn voor een bepaald doel. De ontwikkeling van de reservepositie gedurende het begrotingsjaar, ziet er als volgt uit:

(bedragen x € 1.000)

Omschrijving 2026 2027 2028 2029

Algemene reserve

40.542

41.188

42.033

43.300

Bestemmingsreserves

235.267

236.831

234.892

234.148

Resultaat begroting

0

0

0

0

Totale reserves

275.809

278.019

276.925

277.448


De reservepositie van de gemeente blijft de aankomende jaren gelijk. De reservepositie bedraagt jaarlijks ongeveer € 280 miljoen. Een uitgebreide toelichting op de stortingen in en de onttrekkingen aan de reserves vindt u in de toelichting op de balans in hoofdstuk 4.8. Zoals gebruikelijk zijn de voorzieningen, omdat deze niet behoren tot het eigen vermogen, in bovenstaand overzicht niet meegenomen.