Ga naar de inhoud van deze pagina.
Begroting 2026 Programmabegroting 2026-2029

Wat mag het kosten?

(bedragen x € 1.000)

Algemeen

Het voordelig saldo van de baten en lasten van € 274,9 miljoen in begroting 2026 binnen dit programma is ten opzichte van € 280,4 miljoen in de begroting 2025 met € 5,4 miljoen afgenomen. Dit bestaat uit een toename van de lasten van € 0,1 miljoen, een verhoging van de baten van € 13,5 miljoen, een verlaging van de stortingen in de reserves van € 4,9 miljoen en een verlaging van de onttrekkingen uit de reserves van € 23,8 miljoen.

Toelichting verschillen groter dan € 0,1 miljoen

Algemene uitkering gemeentefonds en stelposten € 11,6 miljoen

De lasten zijn ten opzichte van 2025 gestegen in 2026 met afgerond € 0,1 miljoen. Dit komt onder andere door een verschil in de doorbelasting van kostenplaatsen (-€ 186.000). Tevens is er een stelpost Overprogrammering investeringen opgenomen vanaf 2026 (-€ 526.000) en is de stelpost voor cao-verhogingen in 2026 verdeeld (-€ 2,8 miljoen). Daar tegenover staat dat de stelpost inflatiecorrectie in 2026 hoger is dan in 2025 (€ 2,6 miljoen), en dat de kapitaallasten die op programma 10 stonden begroot zijn doorverdeeld naar de betreffende programma's (€ 950.000).

Het verschil tussen 2026 en volgende jaren wordt veroorzaakt door de stelpost Overprogrammering investeringen, alsook door minder taakmutaties en een lagere raming voor de VPB lasten.

De baten zijn met circa € 12 miljoen toegenomen in 2026 ten opzichte van 2025. Deze stijging is het gevolg van de verwerking van de meicirculaire 2025 in de jaren 2026-2029.

De raming van de baten voor 2024 is nog gebaseerd op de september- en decembercirculaire 2024 en wordt in de 2e Afwijkingenrapportage 2025 geactualiseerd. De raad is over de effecten van de meicirculaire 2025 geïnformeerd via een raadsinformatiebrief van 25 juni 2025.

Belastingen € 1,4 miljoen

De toename van de baten met € 1,4 miljoen is het gevolg van inflatie en areaaluitbreiding.

Treasury € 0,3 miljoen

De voor 2026 verwachte lasten vallen circa € 0,2 miljoen lager uit dan in 2025. Weliswaar verwachten wij hogere in- en externe rentelasten vanwege een toenemende financieringsbehoefte, maar deze worden min of meer gecompenseerd door hogere rentetoerekeningen aan investeringen. Op grond van BBV worden die toerekeningen namelijk niet als bate maar als negatieve last geboekt. Vanaf 2027 concentreren de afwijkingen zich voornamelijk op dezelfde posten als 2026.

Ook de voor 2026 verwachte baten liggen in lijn met die van 2025. Voor de jaren na 2026 wordt wel een stijging verwacht. Deze houdt verband met de hogere interne rentevergoeding over reserves.

Reserves € 18,9 miljoen

De reservemutaties muteren ten opzichte van 2025 per saldo met € 18,9 miljoen. De raming in 2025 wordt beïnvloed door de vastgestelde besteding van het jaarresultaat 2024 in dat jaar. Dit verklaart de mutatie ten opzichte van 2025. In 2026 is er een eenmalige onttrekking uit de algemene reserve ten behoeve van een storting in de reserve Dekking investeringen M-nut. Daarnaast daalt de storting in de reserve Ontwikkeling Verdilaan - De Naald jaarlijks.