Voor u ligt de begroting 2027. Hierin hebben wij de Kaderbrief 2026 verwerkt, waarmee wij u in 2026 hebben geïnformeerd over het Financieel Meerjaren Perspectief (FMP) 2027-2030. Omdat op 18 maart 2026 de gemeenteraadsverkiezingen zijn gehouden, hebben wij – net als in 2022 – geen kadernota aangeboden, maar de raad via de Kaderbrief geïnformeerd over de financiële kaders voor 2027. Ook hebben we de effecten van de 1e Afwijkingenrapportage 2026 en de bijstelling van het meerjareninvesteringsplan (MIP), beide op 8 juli 2026 door de raad vastgesteld, in de cijfers verwerkt. Ook de meicirculaire is verwerkt in deze begroting. Het nieuwe beleid volgend uit het Collegewerkprogramma (CWP), wordt middels een aparte begrotingswijziging bij het CWP aangeboden aan de raad.
Het financiële beeld van Westland is voor de jaren 2027 tot en met 2029 minder gunstig geworden dan bij de begroting 2026-2029. Dit komt vooral door de structurele doorwerking van de 1e Afwijkingenrapportage 2026 en de Kaderbrief 2026. Voor jaarschijf 2030 sluit het FMP in 2030 met een voordelig saldo.
De financiële positie van de gemeente wordt sinds een aantal jaren ook onderbouwd met een aantal financiële kengetallen. Deze verhoudingscijfers worden op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) opgenomen in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing. Een uitgebreide weergave en berekening van de bedoelde kengetallen is ook in deze begroting in de genoemde paragraaf terug te vinden.
De belangrijkste kengetallen voor de beoordeling van de financiële positie van de gemeente zijn de netto schuldquote (verhouding schuld/totale baten van de gemeente) en de solvabiliteit (verhouding eigen vermogen/totaal vermogen). Ten opzichte van de jaarrekening 2025 nemen de vaste schulden in de huidige begroting met circa € 37,0 miljoen toe tot een niveau van € 364,5 miljoen eind 2030. De netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen bereikt in de periode tot en met 2030 in het jaar 2027 een piek van 119,6% en blijft daarmee binnen de door het Gemeenschappelijk Toezichtkader (GTK) gehanteerde signaleringswaarde van 130%.
Door de geplande investeringen neemt de schuldpositie van de gemeente de komende jaren toe. Een relatief groter deel van de bezittingen wordt gefinancierd met vreemd vermogen. Daardoor neemt de solvabiliteitsratio af van 39,2% in 2025 naar 31,3% in 2027, waarna deze weer oploopt naar 36,2% aan het einde van de begrotingsperiode in 2030. Dit blijft daarmee binnen de door het Gemeenschappelijk Toezichtkader (GTK) gehanteerde signaleringswaarde van minimaal 20%.
Het kengetal voor de begrote woonlasten, de belastingcapaciteit voor de Westlandse inwoners, bedraagt naar verwachting in 2027 111,5% ten opzichte van het landelijk gemiddelde (over 2025 was dit nog 102,7%).
De financiële kengetallen blijven binnen de door het Gemeenschappelijk Toezichtkader (GTK) gehanteerde signaleringswaarden.
Van 1e Afwijkingenrapportage 2026 tot meerjarenbegroting 2027-2030
De financiële startpositie is gebaseerd op de door de raad op 8 juli 2026 vastgestelde 1e Afwijkingenrapportage 2026. We hebben het Financieel Meerjaren Perspectief (FMP) bijgewerkt met de effecten van de separate college- en raadsbesluiten en de meicirculaire.
(bedragen x € 1.000)
| Omschrijving | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 |
|---|---|---|---|---|
|
Saldo 1e Afwijkingenrapportage 2026 |
2.124 |
3.541 |
3.879 |
-4.501 |
|
Kaderbrief 2026 |
665 |
665 |
665 |
665 |
|
Bijstelling meerjareninvesteringsplan (MIP) |
-1.301 |
-1.148 |
-2.078 |
744 |
|
Saldo RIB Meicirculaire d.d. 9-7-2026 |
-8.056 |
-3.950 |
1.918 |
204 |
|
Keuzes meicirculaire |
4.033 |
459 |
-5.050 |
-5.111 |
|
Financieel technische wijzigingen |
-69 |
13 |
71 |
-635 |
|
Toerekenbare BTW afvalstoffenheffing |
-742 |
-993 |
-1.033 |
-1.259 |
|
Saldo begroting 2027-2030 |
-3.346 |
-1.413 |
-1.628 |
-9.893 |
Een min-bedrag is een voordeel, baat, onttrekking uit reserve, voordelig saldo.
Kaderbrief 2026
Dit betreft de financiële effecten uit de Kaderbrief 2026, waarover de gemeenteraad op 28 mei 2026 is geïnformeerd.
Bijstelling meerjareninvesteringsplan (MIP)
Tegelijk met de 1e Afwijkingenrapportage 2026 heeft de raad op 8 juli 2026 ook de bijstelling van het meerjareninvesteringsplan (MIP) vastgesteld. Gezien het beleidsarme karakter van de Kaderbrief is niet het volledig geactualiseerde MIP, maar een 'beleidsarm MIP' ter vaststelling voorgelegd. Dit betreft de reeds in uitvoering zijnde investeringen (MIP-A), de investeringen die voldoende zijn voorbereid om te worden verplaatst van MIP-B naar MIP-A, de investeringen in de Flora Campus en het nieuwe Westland Theater, en de voorbereidingsbudgetten die in 2026 en 2027 nodig zijn om te komen tot raadsvoorstellen voor investeringen die nu nog niet voldoende zijn uitgewerkt (MIP-B).
De voorgestelde kredietmutaties hebben, door wijzigende kapitaallasten en een jaarlijkse mutatie van de stelpost overprogrammering (25% van de jaarlijkse toename in kapitaallasten wordt als stelpost opgenomen), een effect op het Financieel Meerjaren Perspectief (FMP).
Meicirculaire 2026
9 juli heeft uw raad de raadsinformatiebrief (RIB) Meicirculaire ontvangen. In deze Meicirculaire zaten nog een aantal verwerkingskeuzes, waardoor het saldo van de Meicirculaire wijzigt. Deze keuzes worden toegelicht in programma 0. Bestuur en ondersteuning onder het Overzicht algemene dekkingsmiddelen in de begroting. Ten opzichte van de RIB over de meicirculaire zorgen de keuzes voor een beperking van de vrij besteedbare middelen in 2027 en 2028. Voor 2029 en 2030 zorgen de keuzes juist voor een verruiming van de vrij besteedbare middelen:
(bedragen x € 1.000)
|
Keuzes meicirculaire |
4.033 |
459 |
-5.050 |
-5.111 |
| Omschrijving | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 |
|---|
Een min-bedrag is een voordeel, baat, onttrekking uit reserve, voordelig saldo.
Financieel technische wijzigingen
Een aantal financieel technische wijzigingen hebben plaatsgevonden die een effect hebben op het begrotingssaldo. Dit betreft het bijwerken van de kostenverdeling, alsook een gewijzigde rekenrente voor de kapitaallasten en het terugdraaien van stortingen aan de voorziening afval.
Toerekenbare BTW afvalstoffenheffing
Over de kosten van afvalinzameling en -verwerking betaalt de gemeente btw, die zij via het btw-compensatiefonds (BCF) terugkrijgt. Daarom staan deze lasten in de begroting zonder btw. Het BCF wordt echter betaald door een inhouding op het gemeentefonds, dus uit de algemene middelen van alle gemeenten. Daarom mag de gemeente de btw wel meetellen bij de kosten die zij met de afvalstoffenheffing dekt. Hierdoor stijgt de heffing meer dan de lasten in de begroting, en ontstaat er een voordeel op het begrotingssaldo.
Financieel beeld
Na al deze wijzigingen, resteert er in alle jaren een voordelig begrotingssaldo.